Drukregelaars: voorkom onstabiele gasdruk, bescherm uw apparaten en productieproces - Handelsonderneming PD
mail Heeft u vragen
search Producten zoeken

Drukregelaars: voorkom onstabiele gasdruk, bescherm uw apparaten en productieproces


Drukregelaars: voorkom onstabiele gasdruk, bescherm uw apparaten en productieproces

Geavanceerde apparatuur die met een bepaalde gasdruk werkt, gaat kapot wanneer de druk te hoog wordt. Om de gasdruk te regelen worden er drukregelaars, ook wel reduceerventielen of op zijn Belgisch: ontspanners toegepast. Hiermee wordt een hoge gasdruk naar een lage druk gebracht en wordt de druk constant gehouden. 
Processen zijn afgestemd op een bepaalde gasdruk, daarom is het waardevol om dit optimaal te regelen en te controleren. Denk maar eens aan ziekenhuizen waar zuurstof onder een druk van maximaal 5 BAR ‘uit de muur moet komen’. Of aan lassers waarbij de hoeveelheid gas bepalend is voor een goede lasnaad. 

Waarom is de gasdruk in flessen, tanks en cilinders zo hoog?

Doorgaans is er in het proces een lagere druk nodig dan dat er in de fles, tank of cilinder zit. Neem als voorbeeld een gasfles. Hoe hoger de druk in een fles, hoe meer gas erin kan. Dat maakt het transport makkelijker. Of je een fles oppompt tot 50, tot 100, tot 200 of 300 BAR, de inhoudt blijft hetzelfde, namelijk 50 liter:

  • Wanneer je de druk verhoogd naar 50 BAR krijg je 50X 50 liter = 2500 normaal liter gas
  • Wanneer je de druk verhoogd naar 200 BAR krijg je 200 X 50 liter is 10 normaal kuub gas
  • Wanneer je de druk verhoogd naar 300 BAR krijg je 300 X 50 liter is 15 normaal kuub gas

De fles bevat dus meer gas bij een hogere druk. 

In een laboratorium wordt bijvoorbeeld gas gebruikt voor de gaschromatograaf. Buiten staan cilinders met speciale gassen opgesteld. In de cilinders zit het gas onder een druk van 200 tot 300 BAR. Dan is er een drukregelaar nodig om het gasdruk terug te brengen naar bijvoorbeeld 6 BAR, afhankelijk van wat nodig is in het proces. Drukregelaars zijn zowel voor vloeistoffen als voor (cryogene) gassen in te zetten. 

De werking van een enkeltrap drukregelaar

Bij gasmengers, zoals deze bij MAP verpakkingen gebruikt worden, zitten er drukventielen bij de verpakkingsmachine. Dit zijn lage drukregelaars. Buiten bij de bron worden hogedrukregelaars geplaatst waardoor het gas met een druk van ca 12-14 BAR het pand binnenkomt. Wanneer de leiding kort is, is er geen drukval. Wanneer die leidingen langer zijn, dan krijg je te maken met drukval. Het is dan nodig om de druk waarmee het gas het pand binnenkomt te verhogen, zodat je voldoende druk hebt voor de gasmengers. Dit vergt specifiek rekenwerk en goede voorbereiding. Gespecialiseerde installateurs weten dit feilloos voor u uit te werken.

Aan het eind van de gasleiding heb je een drukregelaar ter controle, zodat je zeker weet met welke druk het gas uit de leiding komt. Hiermee wordt voorkomen dat machines kapot gaan door een te hoge druk. Doorgaans wordt gas in 2 trappen gereduceerd: 

  • Eerst bij de bron
  • Vervolgens bij het gebruik van het gas

Deze trappen werken los van elkaar. De drukregelaar voor de gasmenger wordt een afnamepunt reduceerventiel genoemd. Dit zijn enkeltrapregelaars. Ze kunnen de druk 1 stap terugbrengen. 

Hoe werkt een 2 trapsdrukregelaar?

Soms wordt de cilinder op de werkplek geplaatst waar een nauwkeurig stabiele druk nodig is. De druk is dan niet met één regelaar terug te brengen van 300 BAR naar bijvoorbeeld 1. Dat moet in 2 stappen. Hiervoor wordt een 2 trapsdrukregelaar gebruikt. Dit zijn 2 regelaars in 1 behuizing. De eerste stap is hierbij een vaste reductie, de tweede stap is binnen een bepaalde range te regelen. 

Wat zit er op een drukregelaar?

Om de druk af te kunnen lezen, bevat elke gasdrukregelaar een manometer voor de uitgaande druk. Bij hogedrukregelaars zitten doorgaans 2 manometers: 1 voor de druk in de fles (cilinder), de andere voor de uitgaande druk. Daarnaast zorgt een veerveiligheid ervoor dat bij een regelaar defect de hoge druk niet de leidingen in kan schieten. Deze veerveiligheid is er sec voor de reduceerventiel en niet voor het achterliggende leidingwerk. 

De hogedrukmanometer kan doorgaans meetwaardes van 0 tot 300 BAR verwerken. De secundaire manometer die afgesteld is op de uitgaande regeldruk kan doorgaans slechts 0 tot 16 BAR aan, maar is aangepast aan het regelbereik van de drukregelaar. Op het moment dat de klep in het reduceerventiel kapot is, dan kan de manometer die de lage druk meet, van binnen barsten. De veerveiligheid blaast de druk af door het gas naar buiten te blazen. Een 2 trapsdrukregelaar wordt op dezelfde manier beveiligd. 

Hoe weet ik welke drukregelaar ik nodig heb?

Het uitzoeken van de juiste drukregelaars vergt veel kennis en ervaring. Om er zeker van te zijn dat de juiste drukregelaars gekozen worden, geven wij deskundig en op maat advies. Er zijn namelijk veel verschillen in regelaar en merk.

Wanneer u een drukregelaar nodig heeft, stellen wij altijd deze vragen:

  • Voor welk proces/ voor welke toepassing
  • Welke druk is er bij de bron
  • Welke druk is er nodig
  • Welke flows (hoeveel liters per minuut) zijn er nodig
  • Voor welke gassen en met welke gaszuiverheid
  • Zijn er nog wensen met betrekking tot de aansluiting

Met deze info bepalen wij welk type regelaar het beste past bij uw proces. Neem contact met ons op voor deskundig advies en om er zeker van te zijn dat u de juiste drukregelaars toepast. 


Linkedin icoon
Vond u dit interessant? Deel hem online!
Boutjes